Interview Qader Shafiq

Nijmegenaar 2019 over compassie en het spiegelpaleis

“Ik ben nieuwsgierig en ik streef ernaar om een kosmopoliet te zijn, een wereldburger. Ik ben een verdrietdrager.”

Naast zijn rollen als directeur van Bureau Wijland* en coördinator bij Sheltercity* stort Qader Shafiq zich vol overgave in van alles: tussen 1978-1986 was hij acteur en schrijver in Afghanistan (afdeling kunst en letteren), hij manifesteerde zich als voorzitter en adviseur binnen diverse Nijmeegse organisaties, schrijft columns, gedichten en boeken, won de burgemeester Dales prijs in 2005 en werd Nijmegenaar van het jaar 2019. Het thema was verbinding. Na een lange omzwerving arriveerde hij in 1994 vanuit Kabul (geboorteplaats) in Nijmegen.

Met een twinkel in zijn ogen en mobiel in de hand staat Shafiq voor het gebouw waar zijn onderneming gevestigd is. Na een warm welkom volg ik hem richting zijn kantoor waar mij een foto opvalt. Zijn houding daarop is daadkrachtig en liefdevol. Hij staat naast een vrouw. Ik maak eruit op dat er naar elkaar omgekeken wordt. Ik spreek met hem over compassie. Wat is zijn visie?

“Ik ben fan van het huis van Compassie en Nijmegen stad van Compassie. Paul Oosterhoff, Pieter Poels, Hans Slavenburg en de helaas overleden Piet Muller zijn inspiratoren voor me geweest. Muller in het bijzonder. Hij reisde in de jaren zestig met een groep studenten door het Midden-Oosten. Hij was altijd op zoek naar verkenning van de wereld. Leren kennen van andere mensen en culturen is belangrijk voor het wereldburgerschap. Het verrijkt wanneer je je onderdeel voelt van een wereld die pluriform en divers is. We worden beperkt gehouden binnen nationale grenzen, etniciteit, taal en cultuur. Dit lijkt op kamers. Wanneer je in een kamer zit zie je ook de wereld vanuit de ramen die in het huis zijn. Als je op het dak klimt en vanuit daar observeert dan zie je dat er veel meer is. Daarna zie je je eigen kamer anders. Dan probeer je ook hier mensen te verleiden om op het dak te klimmen. Om de wijde wereld te zien de pluriformiteit. Dat maakt je dan anders verantwoordelijk, zowel voor de kamer als alles wat om die kamer heen is. Dat was Muller. Wereldburgerschap, nieuwsgierigheid en loslaten. Proberen de ander te leren kennen. Begin met een glimlach en deel je geluk. Wanneer je je goed voelt kun je positieve energie aan de ander geven. Het begint met zelfkennis. Op het moment dat je weet wie je bent, je behoeftes leert kennen en je grenzen dan weet je snel wat genoeg is. Dat baart tevredenheid en genoegen. Als je weet dat je aan een bord eten genoeg hebt, dan kun je dat wat overblijft in de pan delen. Ons verstand is gegeven om er iets mee te doen. Daarin onderscheiden we ons van andere wezens. Wanneer iedereen zich als orgaan voelt van het lichaam dat de mensheid heet, dan kunnen we elkaar aanvullen, versterken en helpen. Wanneer we elkaar onze verhalen toevertrouwen dan wordt de hele samenleving een spiegelpaleis. Dat is fantastisch om in een spiegelpaleis te leven. De ander zien en de ander ziet jou. Dat is compassie.”

In Nijmegen zijn er diverse netwerken met verschillende ideeën en belangen. Hoe kun je met allen het maatschappelijk belang dienen?

“Je kunt elkaar opzoeken en begrijpen. Dat verwezenlijkt compassie in de stad. Dan heb je oog voor elkaar. Stel dat er in een wijk meer bomen staan dan in de andere, dan kun je een aantal bomen planten waar er minder zijn. Dan zorgen we voor een wordingsgeschiedenis, er komen meer vogels, bijen, meer diversiteit. Dan worden mensen gelukkiger.

In wijken waar meer armoede is kunnen de mensen die beter bedeeld zijn via hun portemonnee iets betekenen. Dit is niet altijd nodig. De verbinding zit hem ook in het andere. Dat je mensen die het sociaal en/of economisch moeilijk hebben gaat ontmoeten. Wanneer er tijd over is dan kun je die ook inzetten voor het doen van leuke dingen, klusjes in het kader van leefbaarheid en stadsgenoten ondersteunen. Denk weer aan het lichaam en de organen; dat we elkaar helpen, dan inspireer je anderen.

Mensen die het minder hebben laten je zien dat je zelf ook in die positie terecht kan komen. En andersom. Het is niet zo dat wanneer je gezond bent dat ook blijft. We zijn beperkt als mens. Die logica van beperking daarmee moet je geconfronteerd worden. Met het feit dat het jou ook kan overkomen. Dat is wat ik bedoel met het spiegelpaleis.

Hoe kunnen we bijvoorbeeld kinderen van laagopgeleiden in deze coronatijd helpen? Als je een goed inkomen hebt dan investeer je in die kinderen. Zij zijn de kunstenaars, de chauffeurs, verzorgende, ingenieurs van morgen. Dan werk je aan de toekomst van ons allemaal. Hier is ook het delen, compassie essentieel. Het heden kan jou rijk gemaakt hebben en de ander arm. Maar die kaarten kunnen ook anders geschud worden en weer anders gelegd. Dat vind ik ook een hele mooie van compassie.

Zorgen dat wijken leefbaar zijn, dat je daarin investeert. Verbinding tussen de wijken. Daar komt het woord compassie te pas.”

Wat vind je van de gulden regel van compassie van Karen Armstrong: Behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden?

“Je kunt via de ander jezelf leren kennen. Daardoor ontwikkel je zelfkennis. Dat is het verhaal van de spiegel en de koelkast. In Afrika plunderen we grondstoffen. We ontnemen mensen het perspectief op werk, op toekomst en onderwijs. We dwingen ze om te migreren. Zodra we niet weten dat we één lichaam zijn als wereld. Dat we verantwoordelijkheid hebben voor die landen. Dat we die eerlijkheid gunnen. Dat zij net zo kunnen leven als wij. Dat we niet wapens sturen om oorlog te creëren. Wat Armstrong zegt begint heel klein. Zelfkennis is je eigen behoeften in het gareel houden. Compassie is elkaar blijven aanspreken en controleren. Dat is samenleven, samen zijn en burger zijn, burgerschap. Een ander begrijpen is inzicht. Solidariteit is belangrijk.”

Wat is jouw advies voor Nijmegen wat compassie betreft?

“Voor de overheid en de Gemeente is een rol weggelegd om Nijmegen de stad van compassie breder te maken. Ik ben ervoor om een dag voor Nijmegen in het leven te roepen waar alle netwerken, denk aan de universiteit, grote werkgevers, kleine verenigingen en organisaties van migranten elkaar kunnen vinden. Stel dat er 50 thema’s zijn die de prioriteit verdienen, bijvoorbeeld eenzame ouderen, medeburgers met een beperking, groenverdeling, achterstandskinderen, gezondheidsverschillen in stadsdelen, de infrastructuur en een betere toegankelijkheid van zorg en welzijn. Hoe hebben we dit jaar ervaren? Wat waren grote uitdagingen en problemen? Wat kunnen we verbeteren? Dat zijn vragen die we onszelf kunnen stellen. Uiteindelijk pikken we drie prioriteiten op om het jaar daarna op te focussen. Als politiek, gemeenteraad, maatschappelijke organisatie, ziekenhuis, bedrijf, universiteit en kerk.”

Waarvan krijg je energie?

“Ik krijg energie van alle dingen die ik doe, daarin staat ontmoeting centraal. Het maakt mij nog verantwoordelijker. Nieuwsgierigheid zorgt ervoor dat ik mensen ontmoet. Verantwoordelijkheid is niet altijd dat ik iets voor iemand ga regelen. Wel dat ik iemand gehoord heb.”

En tot slot wat is jouw levensmotto?

“De afstand is niet zo groot als je denkt. Ik loop elk jaar de 4-daagse voor een goed doel”, zegt hij met een glimlach.

*Bureau Wijland: Advies- en projectbureau voor diversiteit- en leefbaarheidsvraagstukken dat staat voor verbinden van mensen en organisaties met elkaar en met de samenleving

*Sheltercity: Landelijk programma voor het beschermen van mensenrechtenverdedigers

Nijmegen Stad van Compassie op Facebook