Interview Frans Dolmans

Een van de bij Nijmegen Stad van Compassie aangesloten organisaties is Stichting Gast. Stichting Gast is een vrijwilligersorganisatie die asielzoekers in nood helpt en ondersteunt. Deze vluchtelingen zijn uitgeprocedeerd, maar kunnen of durven niet terug. Daardoor zijn zij gedwongen om onder schrijnende omstandigheden te leven in Nijmegen en omgeving.

Deze asielzoekers maken echter nog wel een reële kans op een verblijfsvergunning. Toch laat de Nederlandse overheid hen in de steek. De overheid zet uitgeprocedeerde vluchtelingen, vaak ziek of getraumatiseerd, op straat. Zonder voorzieningen en zonder perspectief. Stichting Gast verzet zich hiertegen en zet zich in voor een humaan asielbeleid. De stichting helpt de vluchtelingen in nood met medische, maatschappelijke en juridische bijstand. Daarnaast bieden de vrijwilligers van de stichting de asielzoekers eten, leefgeld en een dak boven het hoofd.

Frans Dolmans is de voorzitter van Stichting Gast. Het bestuur van de stichting heeft de taak om voor de stichting de koers te bepalen binnen het woelige veld van politieke en maatschappelijke soms zeer heftige discussie over vluchtelingen- en migratiebeleid. Tegelijk moet daarmee steeds rekening worden gehouden met de vluchtige wereld van het vrijwilligersbeleid en –management. Want Stichting Gast ontvangt vrijwel geen subsidie van de overheid. En is dus afhankelijk van fondsen en donaties en de grote inzet van vrijwilligers.

Tijd om Frans Dolmans de kans te geven iets te vertellen over zichzelf en over Stichting Gast, over zijn motivatie om zich zo gedreven in te zetten voor deze vrijwilligersorganisatie en natuurlijk: over zijn visie op compassie in Nijmegen!

Frans, als je drie kernwoorden zou kiezen die jou het beste zouden omschrijven. Welke zouden dat dan zijn?

“Ik denk dat, als ik kijk naar een aantal activiteiten waarmee ik bezig ben – nu, maar ook waarmee ik de afgelopen jaren bezig ben geweest en in de toekomst bezig wil zijn ‘solidariteit’ wel een eerste, heel toepasselijk kernwoord is.”

“Ik ben met solidariteit ook bezig binnen de Partij van de Arbeid, waar ik in Wijchen afdelingsvoorzitter ben. Daar hebben we een aantal discussies gehad over kernwaardes, waarbij solidariteit voor mij toch wel een eerste punt van belang is. Het woord zou, wat mij betreft, in algemene zin in de politiek ook een centrale rol moeten hebben.”

“Ook als ik kijk naar wat Stichting Gast doet, dan gaat dat eveneens over je in willen zetten voor de ander en met hem of haar solidair willen zijn. Een ander kernwoord is denk ik ‘betrokkenheid’. Ik voel me erg betrokken bij de onderwerpen waarmee ik me bezighoud.  Betrokkenheid, dat wil voor mij zeggen: ‘je ergens voor in willen zetten, er voor willen gaan’.  Dat vind ik ook goed bij Stichting Gast passen.”

“En tot slot past het woord ‘dynamiek’ goed bij me. Ik ben bijvoorbeeld een belangrijk deel van mijn leven interim-manager in het onderwijs geweest. Dat is een werkveld dat vooral gekenmerkt wordt door veel dynamiek. En waarbij de variant van vaste dienst vaak minder paste bij de dynamiek waartoe ik me aangetrokken voel.”

Waar komen die eerste twee kernwoorden, solidariteit en betrokkenheid, voor jou vandaan?

“Daar heb ik niet direct een antwoord op. Ik denk wel dat een deel van de verklaring ligt in de verhalen die mijn opa mij vroeger vertelde over Pieter Jelles Troelstra (grondlegger van de SDAP, waaruit de PvdA uiteindelijk is ontstaan, red.) van wie mijn opa een heel betrokken aanhanger was. Mijn opa had ook een heel sterk rechtvaardigheidsgevoel, terwijl hij in een tijd leefde waarbij arbeiders voor zijn gevoel heel onrechtvaardig behandeld werden – met lange werktijden, lage arbeidsloon en weinig bescherming. Dus het socialistisch-democratische denken heb ik denk ik wel van hem.”

Hoe ben je betrokken geraakt bij Stichting Gast?

“Ongeveer vijf jaar geleden werd ik door de toenmalig coördinator van Stichting Gast gevraagd om als vrijwilliger een Gast te begeleiden. Ik heb ook daarna nog een tweetal jaar een aantal gasten begeleid, wat ik dankbaar en bevredigend vrijwilligerswerk vond. Het waren wel wat zwaardere gevallen, bijvoorbeeld een vluchteling met een psychose, waardoor we met enige regelmaat met z’n tweeën naar een psychiater van wat inmiddels Pro Persona heet moesten afreizen. Ook begeleidde ik de Gasten naar de advocaat en de huisarts. Het was indringend om daar op die manier mee bezig te zijn.”

“Die eerste jongeman die ik begeleidde, Omar, heeft uiteindelijk ook een verblijfsvergunning gekregen. Dat bevestigde voor mij sterk dat het zin had om voor Stichting Gast dit soort vrijwilligerswerk te verrichten. Ook trok het werk me erg aan, doordat het vrijwilligerswerk steeds over heel concrete, aanwijsbare personen ging. In plaats van andere goede doelen, die misschien wel heel belangrijk zijn in de hele wereld, maar waarbij ik toch een zekere mate van abstractie ervoer. Wat ik aan Stichting Gast zo fantastisch vind, is dat het gaat over hele concrete personen.”

“Op een gegeven ogenblik kwam mijn voorganger als voorzitter naar me toe met de aankondiging dat ze het voornemen had om binnenkort weg te gaan. Ze vroeg mij of ik haar in haar functie zou willen opvolgen. Ik ben toen eerst nog een tijdje vicevoorzitter geweest. En ben op die manier, uiteindelijk, voorzitter geworden bij Stichting Gast.”

Wat betekent het woord ‘compassie’ voor jou?

“Het roept bij mij in de eerste plaats de associatie op met ‘naastenliefde’. Ik denk ook dat compassie vooral een ‘attitude’ is, een houding waarbij je solidair en betrokken bent bij je naaste. En ik denk tevens dat dit voor veel van de vrijwilligers bij Stichting Gast geldt in hun houding ten opzichte van onze Gasten. Hun inzet heeft veel te maken met sympathie voor – of  solidariteit met – de ander. Daarmee zou je wat mij betreft ook wel kunnen zeggen dat compassie iets gemeenschappelijks is binnen de organisatie. Dat compassie belangrijk is voor ‘het cement’, voor datgene dat de organisatie bij elkaar houdt.”

Karen Armstrong vertaalt ‘compassie’ in de gulden regel: ‘Doe de ander niet wat gij niet wil dat uzelf geschiedt’ of, positief geformuleerd: ‘Behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden.’ Hoe past deze vertaling van het compassiebegrip volgens jou bij Stichting Gast?

“Vooral denk ik dat die vertaling van het begrip inderdaad een bepaalde ‘attitude’ inhoudt. Ik denk dat de gulden regel voor een heleboel vrijwilligers ook wel een soort uitgangspunt is voor het handelen ten behoeve van Gasten. Gelijkwaardigheid van onze Gasten is denk ik bovendien ook erg belangrijk. We hebben het er binnen de organisatie, in het kader van het ‘zelfrespect’ van onze Gasten, ook gehad over het gegeven dat het voor Gasten ook belangrijk is dat we hen de gelegenheid bieden om iets terug te doen. Dat ze, tegenover de activiteiten die ze verrichten op gebied van dagbesteding – bijvoorbeeld het werken in de Kleurrijke Tuin of bij de Fietsenwerkplaats, – ook iets terug kunnen doen, bijvoorbeeld door iets kleins voor vrijwilligers te koken. Ook dat slaat volgens mij terug op die gulden regel van Karen Armstrong: mensen de kans beiden om iets terug te geven.”

Stichting Gast is als vrijwilligersorganisatie ingebed in Nijmegen als stad. Als we het hebben over een ‘Stad van Compassie’, wat roept dat dan bij jou op?

“Ik vermoed dat een stad eigenlijk altijd relatief weinig mogelijkheden heeft om compassie te bevorderen. Maar ik geloof dat als er sprake is van bevordering, de politiek daar toch wel een juiste ingang voor zou kunnen bieden. Bijvoorbeeld in de gemeenteraad, zoals die van Nijmegen, met nogal wat linkse partijen. En een burgemeester die zich eveneens inspant voor dingen die ik in ieder geval zelf erg positief vind. Of een wethouder als Bert Frings (portefeuille: zorg en welzijn). Zij vormen voor mij toch wel voorbeelden van mensen die een stad besturen om – noem het maar compassie – in de gemeente gerealiseerd te krijgen.”

“De gemeenteraad – en de mensen die daar omheen staan – dus als een politieke ingang voor compassie. Ik ben zelf dus in de PvdA in Wijchen actief en maak daar wel mee dat je via de politiek enige invloed kan uitoefenen, om te stimuleren en te faciliteren dat mensen die met compassie bezig willen zijn dat ook kunnen doen. En, gelet op de samenstelling van de gemeenteraad en het college van wethouders van Nijmegen, weet  ik dat daar mensen zitten die dat belangrijk vinden.”

In hoeverre is Nijmegen voor jou al een Stad van Compassie?

“Ik vind dat we er in ieder geval aan moeten blijven werken. Ik ben nu al een tijdje ambassadeur van Nijmegen Stad van Compassie, maar daar moeten ook nog wel wat meer concrete werkzaamheden aan gekoppeld worden, ook vanuit de organisatie zelf. Ik zal ook moeten accepteren dat zo’n begrip als ‘Stad van Compassie’ nog een beperkt bereik heeft in de stad. En dat ‘Nijmegen Stad van Compassie’ nog ver af staat van het begrip in de betekenis van: ‘de hele stad is vol van compassie’.”

Wat ga jij binnenkort doen dat wat jou betreft een goed voorbeeld van compassie vormt?

“Bij Stichting Gast bestaat er momenteel veel aandacht voor de problematiek van ongedocumenteerde gezinnen. Ik ben van mening dat we, op het moment dat er gezinnen bij ons aan de deur staan, daar nog te veel met lege handen tegenover staan. Vaak gaat het dan ook over uitgeprocedeerde gezinnen met kleine kinderen, die we – puur omdat het gezinnen zijn – onvoldoende kunnen helpen.”

“Ik vind het belangrijk om in 2018 binnen Stichting Gast beleid te vormen dat gericht is op de opvang en het helpen van ongedocumenteerde gezinnen. Uitgangspunt daarbij moet wat mij betreft zijn om een aantal gezinnen in nood te kunnen helpen, op eenzelfde manier als we dat doen bij ongedocumenteerde individuele Gasten. Dat wil zeggen – uiteraard zonder de huidige doelgroep daarbij te verdringen – een aantal gezinnen te kunnen ondersteunen bij woonproblematiek en leefgeld.”

“Ik heb bijvoorbeeld ook de droom dat Stichting Gast, in samenwerking met een aantal andere organisaties, een gebouw kan betrekken waar we een aantal ongedocumenteerde gezinnen in op kunnen vangen. Vanuit solidariteit en een soort ethische verplichting, vind ik dat we ons moeten inspannen om ook voor deze uitgeprocedeerde gezinnen een oplossing te vinden.”

Dat is een heel mooi streven. Heel veel succes daarmee en hartelijk dank voor dit interview!

Stichting Gast is altijd op zoek naar vrijwilligers in diverse functies en taken. Geïnteresseerd? Neem een kijkje bij de vrijwilligersvacatures van Stichting Gast via deze link. Of mail naar info@stichtingast.nl voor meer informatie!

Nijmegen Stad van Compassie op Facebook