In gesprek met Laura Liebregt

Laura Liebregt, geboren in 1991 in Maastricht, groeide op in Nijmegen. In 2016 richtte zij ‘GEK in de KLAS’ op, een organisatie die ervaringsdeskundigen met een psychiatrische kwetsbaarheid voorlichting laat geven aan jongeren, voornamelijk op scholen voor middelbaar en hoger onderwijs. Het thema compassie speelt een belangrijke rol in haar leven en was een belangrijke drijfveer voor het opzetten van dit project. In augustus 2020 ontving zij uit handen van burgemeester Hubert Bruls de jaarlijkse aanmoedigingsprijs van ‘Nijmegen Stad van Compassie’.

Laura, jij en je collega-vrijwilligers geven heel bijzondere voorlichting aan scholieren en studenten. Hoe zag je eigen studietijd eruit?

Ik ben begonnen met communicatiewetenschap, omdat ik alles interessant vond en alles wilde leren. Dus ik dacht: ik begin gewoon met iets waar ik alle kanten mee op kan. Ik merkte al snel dat je op de universiteit vooral leert onderzoeken en niet leert ‘doen’. Dus ben ik er journalistiek in deeltijd bij gaan doen. Beide studies heb ik niet afgemaakt. Bij beide ben ik bijna afgestudeerd en alle kennis is er, alleen het papiertje ontbreekt. Ik ben uitgevallen omdat ik ziek werd en opgenomen moest worden, en ik heb het daarna ook niet af kunnen maken.

Welke psychische kwetsbaarheid heb je zelf?

Ik heb een bipolaire stoornis, wat ook wel ‘manisch depressief’ genoemd wordt. Als tiener merkte ik dat het soms iets te goed met me ging, en soms iets te slecht. Gelukkig kom ik uit een hulpverleningsnest, dus de drempel om hulp te zoeken was niet heel hoog. Omdat ik pas 19 was, kwam ik bij Pro Persona Jeugd terecht en die schoven me door naar het CWZ. De bipolair-specialistisch arts daar vertelde me binnen vijf minuten dat ik textbook bipolair was. Een schoolvoorbeeld dus. En daarop kreeg ik pillen.

Op dat moment wist ik wat mijn diagnose was, maar niet wat dat realistisch inhoudt voor mijn leven. Ik dacht: ‘Oké, ik ben dus bipolair, maar ik zal de wereld wel even laten zien dat ik dat prima aankan! Ik ben de uitzondering die zonder hulpverlening wel even lekker door het leven fietst’. Maar dat is me duur komen te staan.

Had je al vroeg in je jeugd last van je stoornis?

Achteraf gezien wel, maar achteraf is makkelijk praten. Terugkijkend zie je dat ik al mijn hele leven bipolair was. Vanaf mijn kleutertijd kan ik me fases herinneren waarvan ik nu zeg: ‘Dat was wel anders dan bij andere kleuters’. Maar ik zag het niet als iets heel bijzonders. Als je jong bent en je hoeft niet naar werk of kantoor en er wordt voor je gekookt, wat voor issues heb je dan eigenlijk? Er escaleerde niets. Maar toen ik op eigen benen kwam te staan en er om me heen pilaren wegvielen, kwam al snel naar boven dat dit speelde.

In 2016 ben je begonnen met het project ‘GEK in de KLAS’. Wat houdt dat in?

Het primaire doel is het bieden van voorlichting over psychiatrische kwetsbaarheden aan scholieren en studenten. Dat proberen we op een leuke, maar ook zorgvuldige manier te doen. Ook wil ‘GEK in de KLAS’ helpen het stigma tegenover psychiatrische aandoeningen te verminderen en misverstanden recht te zetten. De naam heeft een provocerende maar ook een prikkelende betekenis: mensen met een psychiatrische aandoening zijn niet ‘gek’. Daarnaast betrekken we (bijna uitsluitend) mensen met een psychiatrische kwetsbaarheid nauw bij dit project. Dat helpt bij hun herstel en zet aan tot maatschappelijke participatie.

Een belangrijk doel is dus het bieden van voorlichting over psychiatrische kwetsbaarheden aan jongeren. Hoe noodzakelijk is die voorlichting?

Heel noodzakelijk! Wij merken dat elke keer weer tijdens onze lessen op scholen. Het is geen nieuws dat er mensen rondlopen met mentale problemen, alleen wordt dat vaak in de verkeerde hoek gepresenteerd. Men heeft er een beeld bij van de verwarde man op straat, die kwijlend rondloopt en dringend crisishulp nodig heeft. Dat er ook mensen zijn zoals ik die er normaal uitzien – terwijl ik wel degelijk mijn issues heb en met een struggle door het leven ga – dat is iets wat de ogen van de leerlingen opent. Dus what you see is not what you get!

Daarnaast zijn het ook thema’s die leerlingen herkenbaar vinden. Bijvoorbeeld somberheid naar de toekomst toe, of het gevoel dat er voor jou geen toekomst is. Dat zijn klachten die vaak bij depressies voorkomen, zeker in deze coronatijd. Dat zorgt voor een stuk herkenbaarheid waarvan wij hopen dat leerlingen zich hierdoor minder bezwaard voelen om hulp te vragen. Dat ze ook herkennen waar ze zelf last van hebben. De bonus kan ook zijn dat we een verhaal horen dat zelfs bij de docent onbekend is. Die leerkracht weet soms ook niet exact wat er speelt bij deze jongere thuis, maar kan hierna meer begrip opbrengen voor de situatie van deze leerling en misschien de juiste hulpverlening regelen. Voorlichting is dus heel belangrijk, maar dat geldt ook voor de voorlichters zelf. Want je verhaal delen met een gezonde afstand kan heel helend werken.

Jullie willen het stigma tegenover psychiatrische aandoeningen verminderen en misverstanden rechtzetten. Wat zijn voorbeelden van deze misverstanden?

Eén misverstand is dat als je eenmaal gediagnosticeerd bent, je altijd even ziek blijft. Dat is niet zo. Maar tegelijkertijd staat vast dat je aandoening nooit echt weggaat. Je kunt niet toewerken naar een blijvende genezing, want van een psychische of depressieve kwetsbaarheid genees je nooit definitief. Zelfs het kunnen behappen van je situatie kan al een te hoog gesteld doel zijn. De persoon die eraan lijdt, moet zich oké voelen met hoe de omgeving in elkaar zit. Je kan niet zeggen dat we naar een herstel toewerken of naar een oplossing. Er is geen oplossing. Accepteer dat nou maar gewoon, en ga eens kijken wat die mensen nodig hebben om volwaardig mee te kunnen doen in de maatschappij.

En dan kom je meteen op het concept ‘stickertje’: überhaupt een diagnose krijgen. Dat is voor velen zowel een zegen als een vloek. Aan de ene kant is het fijn dat je met een papiertje de hulp kunt krijgen die je nodig hebt. Maar aan de andere kant is een sticker ook ‘hokjes bepalend’. Zo van huppakee, jij hoort daarbij. Dat kan ook wrijving geven: sommige mensen vinden zichzelf niet ziek maar zien hun kwetsbaarheid als een gave. Zo kun je er ook naar kijken. Dat maakt psychiatrie een gecompliceerde materie. Vanuit de eigen ervaring blijven praten en niets voor anderen willen invullen, dat is belangrijk!

Was er een specifiek moment waarop je wist: dit project moet er per se komen?

In 2016 ben ik hier gekomen met het plan voor ‘GEK in de KLAS’. Ik had daarvoor een paar keer voorlichting gegeven op eigen initiatief en dat beviel heel goed. Zonder dat daar een organisatie of een idee achter zat. De dag waarop voor mij het kwartje viel, had ik voorlichting gegeven aan een groep jongeren op een ROC. De docent zocht iemand die kon vertellen hoe het was om opgenomen geweest te zijn. Ik vond het een nuttig onderwerp: vóór mijn eigen opname had ik er geen beeld van en ik dacht dat anderen dit ook wel interessant kunnen vinden.

In de trein terug dacht ik bij mezelf: ‘Dit is gewoon zo tof! Ik heb zo’n goede middag gehad met die jongelui, de docent was blij, ik was blij, iedereen was blij!’ Dus ik wist: hier moet ik gewoon wat mee. Vrijwel meteen kwam de naam ‘GEK in de KLAS’ in me op. Mijn vriend moedigde me aan om het serieus aan te pakken en verder uit te werken. Toen ben ik rondjes gaan bellen en kwam ik uit bij De Kentering. Het is begonnen als een cliënt-initiatief, wat hier wel meer wordt gedaan, en ik kreeg begeleiding bij de uitwerking.

Hoe zie je vanuit je psychiatrische verleden je toekomst? Wat zijn je dromen?

Ten eerste hoop ik dat ‘GEK in de KLAS’ groot wordt. We bedekken nu Nijmegen met een ruime kring erom heen, best wel een groot bereik. Maar ik zou het graag landelijk willen krijgen, dat is echt mijn droom. Ik werk nu 16 uur per week bij De Kentering, dat is nu mijn belastbaarheid, maar ik hoop dat dat rekt. Een paar jaar geleden kon ik me nog geen middag concentreren, dus ik ben al erg gegroeid. Maar mijn brein bepaalt het tempo, niet ik.

Verder ben ik privé heel gelukkig nu. Mijn vriend en ik zouden eigenlijk vorig jaar trouwen. Dat is vanwege corona uitgesteld, maar het gaat zeker gebeuren zodra het kan! Ook wil ik graag een tijdje gaan reizen om wat meer van de wereld te zien.

Welke rol speelt compassie bij het uitvoeren van dit project en bij het najagen van je dromen?

Compassie is alles, daar begint het allemaal mee! Vaak moeten we gewoon even een stapje terug doen: even wat begrip tonen zonder een oordeel uit te spreken. Je mag best dingen denken wanneer je iemand ontmoet. Je mag ook best een zekere afkeer voelen als die in je opkomt, maar je hoeft er niet alles uit te gooien. We moeten begrip voor elkaar hebben en vooral ook geduld. Zeker als je samen een project wil doen en je mankeert allemaal wat anders. Je moet weten waar iemands sterke kanten liggen en wat iemand liever vermijdt. Of wat hen al of niet helpt in hún herstel. Dat is een kwestie van constant afwegen en een handboek bestaat daar niet voor. Jezelf in de ander kunnen verplaatsen is heel belangrijk en compassie helpt daarbij.

Voorbeeld: ik heb zelf een vorm van manisch-depressiviteit, maar hoor geen stemmen of zoiets en heb daar geen voorstelling bij. Maar mensen in mijn groep die dat wel ervaren, vertellen me hoe dat is. Dat lawaai in een drukke school een extra belasting voor hen is, snap ik nu. Zo moeten we allemaal rekening houden met elkaar.

‘GEK in de KLAS’ is ontstaan vanuit De Kentering met hun steun en begeleiding. Hoe zag die ondersteuning eruit?

Iedereen hier is gelukkig heel open en bereid om mee te denken. Ik heb een soort kick-off middag georganiseerd waarbij we zo ongeveer aan elke gek die wilde luisteren, vroegen om langs te komen. Daar kwamen ook veel professionele mensen op af. Ook vrijwilligers die hier al werkten, toonden belangstelling en een aantal van hen wilde wel een commissietje te vormen. Inmiddels hebben we ook drukwerk en foldertjes. Daar moet natuurlijk ook geld voor komen en De Kentering heeft daar deels aan mee geholpen. Maar we hebben ook eigen fondsenwerving gedaan. Veel organisaties steunen ons inmiddels financieel. Dat is heel fijn en het groeit nog steeds.

Hoe succesvol is het project in jouw ogen?

Succesvoller dan ik had durven hopen, maar nog niet waar ik wil dat het heen gaat. Ik vroeg me af: ‘Is dit nou weer mijn eigen gekke bedenksel of kan dit daadwerkelijk nuttig zijn?’ Ik ben heel blij dat dit project niet alleen voor mij iets betekent, maar ook voor de scholieren en de vrijwilligers. Ik heb mensen in mijn groep die oprecht zeggen dat ze eindelijk weer zin kunnen geven aan hun diagnose. En dat ze heel blij zijn om zich nuttig in te kunnen zetten. Dat is een bijkomstigheid die ik me van te voren niet eens zo had gerealiseerd. Wèl dat het gezond kan zijn om je verhaal te doen. Maar dat het mensen een nieuw gevoel van nuttigheid geeft, raakt me enorm! Daar ben ik heel dankbaar voor. Juist omdat het beter heeft uitgepakt dan gehoopt, denk ik dat het nog veel groter kan worden.

Ervaren jullie dat de groep niet-kwetsbare jongeren open is voor jullie boodschap?

Het kwartje landt vaak vrij hard. We zetten mensen voor de klas die dat gesprek heel rustig aangaan en echt niet met een vingertje wijzen van: dat mag je niet doen. We vertellen persoonlijke verhalen die mensen raken. Een voorbeeld van zo’n verhaal is van mezelf. Ik heb een schattige konijnenknuffel thuis en de HEMA had daar ooit een heel grote versie van. Die wilde ik erg graag hebben, maar ik had mijn geld niet bij me. Ik loop de winkel uit, geld halen, ik loop de winkel weer in, uitverkocht! Dat was precies in een periode waarin ik echt baggerslecht in mijn vel zat. Ik heb daar echt staan huilen in die HEMA van: ‘Zie je wel, het hele universum is tegen mij! Ik wil alleen maar een knuffel en zelfs dat is me niet gegund! Ik stond daar als een baby te huilen omdat er een knuffel uitverkocht was. Als iemand mij op dat moment gefilmd had en dat op Dumpert (internet) had gegooid, dan was dat natuurlijk hilarisch geweest: een volwassen vrouw staat in een winkel te huilen omdat een knuffel uitverkocht is! Dat soort filmpjes zie je vaak genoeg voorbij komen op internet: mensen die flippen in de metro of iets anders raars. Dat zijn crisismomenten van mensen en daar haal jij je entertainmentwaarde uit. Op het moment dat we dàt verhaal vertellen zie je die oogjes in één keer gaan van … oh kak, ik ben ook zo’n lullo die daarover heeft zitten lachen. Dan zie je dat er dingen bij hen binnen komen. Dat is wel waar je het voor doet!

Uit welke leeftijdsgroep komen de vrijwilligers die als voorlichters werken?

Anders dan sommigen denken, zijn het geen middelbare scholieren die de voorlichting geven. Die zijn minderjarig en dat kan dus nooit verantwoord geregeld worden. Bovendien hebben jongeren van deze leeftijd zelden een psychiatrische diagnose. Wij hebben uitsluitend vrijwilligers met een psychiatrische kwetsbaarheid en dus niet met een psychische gevoeligheid. Dat zijn twee verschillende dingen. Dat leggen we ook uit op school. Als jij ergens mee in de knel zit en je moet naar een psycholoog, dan zijn dat dingen waar iedereen tegenaan kan lopen. Heb jij bijvoorbeeld een overlijden meegemaakt wat je erg raakt, dan kan een psycholoog je helpen om dat te verwerken. Daarna ga je weer verder met je leven. Maar bij psychiatrie is dat niet zo. Dat blijft je hele leven een issue, ongeacht wat er om je heen gebeurt. Dat proberen we ook uit te leggen.

Ik ben al heel blij als wij vrijwilligers van onder de twintig kunnen krijgen, omdat van die groep nog maar zo weinig mensen gediagnosticeerd zijn. Maar ook omdat zulke jonge mensen er vaak nog niet klaar voor zijn om hun verhaal te vertellen. Je moet wel met enige afstand tegenover een klas kunnen staan. Die klas is geen therapiesessie: je ben daar voor het grotere geheel, voor je toehoorders. Onze vrijwilligers zijn momenteel tussen de twintig en eind vijftig. Als we naar een groep twaalfjarigen gaan, proberen we wel een tamelijk jong iemand te sturen om die link te houden. Hoewel: in de praktijk maakt het niet zoveel uit want het loopt toch wel en mensen zijn altijd onder de indruk.

Hoe worden de voorlichters voorbereid op hun werk?

Daar gaan we heel zorgvuldig mee om. Alle vrijwilligers volgen acht middagen lang een training en daarna krijgen ze coaching. Ze gaan ook nooit alléén naar een school. De vrijwilligers zijn aan elkaar gekoppeld als buddy’s en hebben zo steun aan elkaar. Ook overleggen ze samen over de lessen en het voorbereiden ervan. Het is professionele training die hier in De Kentering wordt gegeven door mensen uit het vak. Bij het opzetten van ‘GEK in de KLAS’ zijn we begonnen met het maken van die training. Eerst hebben we daarover contact gehad met een aantal professionals en ervaringsdeskundigen en we hebben hun feedback verwerkt. Wat we nu hebben, blijkt alles te ondervangen wat je in de praktijk kan tegenkomen. Het is heel degelijk aangepakt en dat moet ook wel, want je hebt de schijn tegen. Het is eigenlijk best triest, maar we moeten onszelf wel een beetje bewijzen. Dus dat doen we dan ook.

Hoe was het om in November de Aanmoedigingsprijs te krijgen van Nijmegen Stad van Compassie?

Geweldig! Wauw! Zelf was ik er erg van onder de indruk. Voor onze organisatie was het een boost, maar ook persoonlijk was het een erkenning. Ik heb tenslotte dit rare plan bedacht en nu komt daar op een heel duidelijke manier erkenning voor. Het heeft ook erg geholpen voor de zichtbaarheid van onze organisatie. We zijn nog relatief nieuw, dus het is normaal dat veel mensen ons nog niet kennen. Maar we zijn nu wel ineens een stuk zichtbaarder.

Laura, je komt over als een sterke jonge vrouw die goed weet wat zij wil. Wat zijn je concrete toekomstplannen?

We zijn bezig om ‘GEK in de KLAS’ dusdanig te bundelen dat het gemakkelijk wordt om het over te hevelen naar andere steden. Zo zijn we begonnen met het samenstellen van een soort coördinatorenhandboek. Binnenkort ligt je startpakket dus al klaar: stel dat je ‘GEK in de KLAS’ in jouw stad wil beginnen, dan kun je zo van start.

Helaas is het nu allemaal wel lastig vanwege corona: we geven veel minder les dan we zouden willen. De scholen zijn maar sporadisch open. Het komt voor dat je een afspraak hebt gemaakt en dan een telefoontje krijgt dat het niet door gaat. Niet handig! Met onze vrijwilligers, vaak mensen met extra angsten, moeten we goed rekening houden. Je moet je mensen ontzien en hen niet in coronatijd een drukke school in sturen. Dat is ook compassie.

De scholen hebben nu geen tijd voor allerlei extra curriculum activiteiten. En onze voorlichtingslessen per zoom aanbieden is iets waar we expres niet voor gekozen hebben. We willen de privacy van onze vrijwilligers absoluut garanderen en op het moment dat je alles via zo’n server stuurt, heb je geen garantie waar de inhoud terecht komt en dat willen we niet. Bovendien komt het verhaal veel beter aan wanneer het persoonlijk verteld wordt. Daardoor hebben nu al geruime tijd helemaal geen voorlichting in klassen gegeven. Gelukkig konden we wel inspringen bij studiedagen voor docenten. Dan gaan we met de docenten in gesprek: wat kunnen jullie als mens betekenen voor iemand die psychisch kwetsbaar is, zonder dat je gaat hulpverlenen? Dat gaat goed, maar ik hoop dat we met z’n allen snel weer de klas in kunnen. Want iedereen staat te popelen!

Welke boodschap wil je ter afsluiting meegeven aan de lezers van dit interview?

Tegen mensen met een psychische kwetsbaarheid wil ik zeggen: bespreek psychische klachten zonder schaamte! Voor elk gênant verhaal dat jij kunt vertellen, kan iemand anders een nog gênanter verhaal vertellen. Reken daar nou maar op en schaam je gewoon niet! Zorg er gewoon voor dat jij de omgeving voor jezelf creëert waarbinnen jij gezond kunt blijven, dat is echt het belangrijkste. Ongeacht wat mensen daar van vinden, het leven begint en staat bij jou, dus zorg goed voor jezelf! Ga de hulp zoeken die je nodig hebt. Als mensen mij om hulp vragen dan probeer ik ze op een simpele manier bij te staan.

En voor de mensen zonder psychische kwetsbaarheid: we moeten niet oordelen of ongepaste adviezen geven als: ‘oh, voel jij je momenteel even niet goed? Ga maar even lekker buiten wandelen, want dat is goed voor je!’ Nee, dat hoeft helemaal niet de oplossing te zijn. Een depressie gaat heus niet over van een zonnetje! Heb in plaats daarvan geduld met mensen en inderdaad, heb wat compassie!

Tekst: Bert Janssen

Nijmegen Stad van Compassie op Facebook