In gesprek met Boden Wilson-Storey

Boden Wilson-Storey (Doncaster, Engeland, 1997) is 4de jaars student geneeskunde aan de Radboud universiteit in Nijmegen. Hij kwam daar via een omweg terecht want na de HAVO studeerde hij aanvankelijk economie en management aan de HAN. Na twee jaar was voor hem duidelijk dat hij arts wilde worden en besloot hij tot een opmerkelijke studieswitch. In maart 2020 richtte hij ‘United for All’ op, een stichting waarin jongeren een rol spelen in de hulp aan kwetsbare groepen in Nijmegen waarvan hij ook voorzitter is. In september 2021 ontving hij met deze stichting uit handen van burgemeester Bruls de Aanmoedigingsprijs van ‘Nijmegen Stad van Compassie’.

Boden, kun je je kort aan ons voorstellen? Waar ben je geboren en opgegroeid en hoe was de gezinssamenstelling bij jullie thuis?

Ik ben geboren in Doncaster in het noorden van Engeland. Mijn vader is Engelsman en mijn moeder is Nederlandse. Ik ben de oudste van ons gezin en toen ik een jaar oud was, verhuisden we naar Boekel in Noord Brabant waar mijn zusje Caitlin is geboren en waar ik tot mijn zeventiende heb gewoond.

Hoe was je opvoeding? Zijn je jeugdjaren belangrijk geweest voor je kijk op de verhouding tussen mensen? Waren er rolmodellen voor jou in je familie?

Mijn oma, die al vroeg is overleden, was sterk maatschappelijk betrokken. In Boekel organiseerde zij o.a. de ‘Joepie-dagen’, een kindervakantieweek die ook gezinnen met lagere inkomens in staat stelde om in de zomer iets leuks te doen. Dat vond ik heel boeiend en ook nu nog denk ik er soms aan terug hoe leuk dat was. Ook mijn beide ouders hadden die sociale betrokkenheid. Mijn moeder werkte in de zorg, dus het ging thuis altijd al om aandacht voor mensen die het nodig hadden. Mijn vader was voetbaltrainer en stak daar veel tijd in.

Thuis werd ons duidelijk meegegeven dat alle mensen gelijk zijn en ook gelijk behandeld moeten worden. Ook vonden mijn ouders het belangrijk dat als je ergens voor gaat, je het dan ook helemaal moet doen. We kunnen allemaal goed praten in onze familie, maar mijn ouders hielden ons altijd voor dat het niet bij praten moest blijven. De daad bij het woord voegen, daar gaat het om. Geen slappe hap! Als ik met een idee kwam aanzetten, zeiden mijn ouders ‘Ga het maar gewoon doen en kijk maar hoe het gaat!’ Daar leer je enorm veel van en het geeft ook heel veel plezier. Als negen- en tienjarige organiseerde ik op kleine schaal al regelmatig activiteiten en mini-evenementen voor de buurt of ik zette een flesseninzamelingsactie op touw voor het goede doel. Mijn ouders moedigden dit sterk aan, dachten graag mee en faciliteerden mijn initiatieven op dit gebied. Dit heeft me zeker gevormd en gebracht tot waar ik nu sta.

Je was al vroeg geïnteresseerd in maatschappelijke problematiek en je deed al op jonge leeftijd vrijwilligerswerk. Hoe ging dat?

Toen ik in groep 7 van de basisschool zat, dus ongeveer op tienjarige leeftijd, ging ik me inzetten voor ‘The ‘Basement’, een jongerenhonk voor tieners die anders op de straat waren aangewezen. Op woensdagmiddag werden er activiteiten georganiseerd onder leiding van een jongerenwerker en ik vond het prachtig om mee te helpen. Ook had ik al op jonge leeftijd baantjes in de horeca en ik merkte dat ik het contact met mensen heel leuk vond. Toen ik als student in Nijmegen kwam, heb ik nog vrijwilligerswerk gedaan bij een medische organisatie en daarna kwam ‘United for All’.

Hoewel je al vroeg wist dat je arts wilde worden, koos je daar op school niet de geijkte vakken voor. Je koos voor de economische sector met vakken als economie en management. Vanwaar deze keuze?

Ik vind alles interessant. Ik wil in principe alles leren over alle vakgebieden die er zijn. Ik zat op de HAVO en was goed in economie en managementvakken. De gedachte aan arts worden kwam zeker wel eens voorbij maar met HAVO had ik daar sowieso niet voldoende basis voor. Ik ging naar de HAN waar ik voor logistiek en economie koos. Ondertussen deed ik ook nog een uitstapje richting Human Resources omdat de menselijke kant me zo boeide. Maar toen ik merkte dat die studie erg technisch werd, ging ik nadenken en uiteindelijk besloot ik dat dit toch niet de studie voor mij was. Omdat het idee van geneeskunde toch weer sterk was komen opzetten, besloot ik een poging te wagen. Ik had inmiddels mijn propedeuse ‘logistiek en economie’ gehaald wat gelijk stond aan VWO-niveau, waardoor ik op de universiteit mocht studeren.

Eén ding wist ik op dat moment zeker: ik wilde later niet betreuren dat ik het niet geprobeerd had. Ik wist dat de selectie moeilijk was en dat veel mensen er niet doorheen komen. Omdat ik essentiële vakken als biologie en natuur- en scheikunde (waar je nu juist op getoetst werd) nooit had gehad, ging ik er vanuit dat het me sowieso niet zou lukken. Maar ik had een jonge dame van de Radboud die me daar heel goed voor klaar stoomde en ik kwam binnen. En nu studeer ik het met heel veel plezier!

In maart 2020 richtte je als 2de jaars student geneeskunde een stichting op waarin jongeren een grote rol moeten spelen bij de hulp aan kwetsbare groepen in Nijmegen. Vanwaar dit initiatief?

Ik hield me eerder al bezig met vrijwilligerswerk maar daarbij ging het om maatschappelijke kwesties die op nationaal of internationaal niveau speelden, bijvoorbeeld een natuurramp of de gezondheidszorg in een ander werelddeel. Wat ik miste was het lokale, en het direct invloed uitoefenen op een bepaald probleem. Er bleek echter geen enkele organisatie te zijn die zich richtte op studenten en tevens lokaal impact wilde maken. Toen ben ik met de Radboud universiteit om tafel gaan zitten met de vraag: ‘Ik wil dit graag, willen jullie mij daarin steunen?’, waarop de universiteit meteen ja zei. Wat ik nu zie is dat we inderdaad lokale uitdagingen aangaan die een verschil maken. Wij denken dat in een studentenstad als Nijmegen de jongeren en studenten een sleutelpositie hebben, dat zij ook iets kunnen teruggeven aan de stad en dat hun verfrissende blik van grote meerwaarde kan zijn voor Nijmegen. En dat we die rol kunnen vervullen door met name kwetsbaren in de stad te helpen.

Bij de universiteit klopte je met succes aan voor een financiële bijdrage om de stichting te kunnen opzetten, iets dat waarschijnlijk niet iedere student zomaar lukt. Hoe overtuigde je de universiteit van de waarde van jullie project?

Het ruwe idee ontstond in januari 2020. Ik ben toen met Student Life gaan praten, de instantie binnen de universiteit die verantwoordelijk is voor alle studenteninitiatieven. Ik schetste wat ik voor ogen had, vroeg hen of zoiets al bestond en toen dat niet zo bleek te zijn, zei ik dat ik dit graag wilde opzetten. Ik gaf aan dat ik er volle bak voor wilde gaan als ze mij op weg zouden helpen. Er was geld nodig voor de notaris om de stichting op te richten, maar ook voor marketing om studenten te kunnen benaderen en enthousiasmeren. Omdat Student Life maatschappelijk graag iets bijdraagt en weet dat studenten heel vaak goed zijn in vrijwilligerswerk, kon men zich al snel vinden in mijn plan van aanpak. Vervolgens is ‘United for All’ in maart 2020 opgericht.

Jullie willen voor jongeren een laagdrempelige manier creëren om zich in te zetten voor de maatschappij, een manier die aansluit bij hun interesses en leerdoelen. Kun je dit uitleggen?

We bieden aan studerenden van de drie grote instellingen voor vervolgonderwijs in Nijmegen, Radboud universiteit, HAN en het ROC, de mogelijkheid zich bij ons aan te sluiten. Daarbij selecteren wie niet aan de poort. Ze kiezen zelf op basis van interesse in welk team ze terecht willen komen. De één wil bijvoorbeeld met ouderen werken, een tweede wil iets totaal anders. Waar de kracht in zit, is dat je studenten van verschillende onderwijsniveaus, sectoren en achtergronden samenbrengt. Allemaal brengen ze hun eigen visie en ervaringen mee. Zo kom je uiteindelijk tot oplossingen en projecten waarbij niet slechts één groepje in één bepaalde bubbel er over heeft nagedacht, maar dat mensen vanuit diverse invalshoeken ernaar kijken. En dat versterkt elkaar enorm. Er heerst een heel open en vrije sfeer bij het brainstormen over de aanpak van een project. Iedereen kan zijn of haar ideeën inbrengen. Niemand houdt zich daarbij in en dat is heel fijn. Uiteindelijk rolt er dan een project uit en gaan we er lekker de praktijk mee in!

Een van de eerste projecten was een buddy-project in Nijmegen, gericht op eenzame ouderen. Hoe gaat het in zijn werk?

We pakten dit aan samen met T-zorg, een instelling voor thuiszorg. We zagen dat door corona veel mensen nergens heen mochten en er weinig bezoek mogelijk was bij instellingen voor ouderen of bij ouderen thuis. Graag wilden we hier wat verlichting brengen. Ouderen en jongeren vormen samen een unieke combinatie, weet ik uit ervaring. Het is geen eenrichtingverkeer, hoewel een buddyproject vaak dat imago heeft. De jongeren helpen de ouderen, maar ook andersom: het is een heel mooie uitwisseling en men leert van elkaar. Doordat dit zo goed functioneerde, wisten we dat dit ook buiten coronatijden grote waarde heeft. Het gaat namelijk over sociale cohesie en over het samenbrengen van groepen die elkaar normaal niet zo gemakkelijk treffen.

Ons buddy-project samen met T-zorg betrof dus in eerste instantie ouderen die nog thuiswonend zijn en veelal alleenstaand. Niet iedereen heeft een even groot netwerk – of misschien niet meer. Niet iedere (alleenstaande) oudere heeft een buddy nodig maar als mensen wat meer sociaal contact fijn vinden en zij willen dat graag met een jongere hebben, dan faciliteren we dat graag. Voor jongeren is het een fantastische kans om met een andere groep in de samenleving om te gaan. Dat merken we ook wanneer ze terug komen. Sommigen dachten ‘oh, ik ga even een eenzame oudere helpen’ maar kwamen terug met het besef: ‘ik leer hier zó veel van en ik vind dit zo waardevol en leuk dat ik het contact niet wil opgeven!’ Het klikt vaak uitermate goed tussen oud en jong en het buddy-project heeft dan ook helemaal niets met ‘zielig’ te maken!

Burgemeester Bruls applaudisseert voor het werk van ‘United for All’ en haar initiatiefnemer Boden Wilson-Storey (Eppink Fotoproducties)

Jullie hebben een Team Eenzaamheid in het leven geroepen dat voor middelbare scholieren voorlichtingslessen verzorgt over eenzaamheid. Kun je dat uitleggen?

Toen we begonnen, was eenzaamheid een van de thema’s waarmee we ons wilden bezig houden en misschien kwam dat door corona. Echter, ondanks de spotjes op TV over eenzame ouderen, beseften we dat eenzaamheid onder alle bevolkingsgroepen voorkomt, ook onder studenten. En niet slechts in verband met corona. Dit bespraken we onder elkaar. Toen bleek dat eenzaamheid in tal van gradaties ook voorkomt onder studerenden besloten we daar iets mee te doen. We verspreidden een uitgebreide enquête onder studenten van de Radboud en daar kwamen hoge percentages uit; in sommige gevallen bleek dat wel 40 tot 50 % zich wel eens voor langere tijd eenzaam voelde. Dit wilden we oppakken en we zijn toen gaan praten met professionals op het gebied van eenzaamheid.

Eenzaamheid bleek niet iets te zijn waar maar één oplossing voor is. Het bleek voor ons ondoenlijk om te proberen eenzaamheid onder àlle studenten weg te vangen. Soms moeten er echte professionals ingeschakeld worden, wat wij natuurlijk niet zijn. Het werd ons steeds duidelijker waar we misschien kunnen helpen maar ook waar we zeker NIET kunnen helpen, omdat we nou eenmaal geen psychiaters of psychologen zijn. Duidelijk werd dat wij ons beter kunnen concentreren op preventie van eenzaamheid en op het doorbreken van het taboe dat bestaat rond eenzaamheid onder jongeren. We zijn toen in contact gekomen met een middelbare school in Elst die ook meer aandacht wilde voor eenzaamheid onder de jeugd. Daar kwam een voorlichtingsprotocol uitrollen dat gemaakt is door Team Eenzaamheid, samen met een aantal experts die daarbij betrokken zijn. Die voorlichting heeft als doel het gesprek over eenzaamheid op gang te brengen onder jongeren. Deze aanpak zijn we nu ook aan het uitrollen op middelbare scholen in Nijmegen.

Met ‘United for All’ heeft jullie stichting een internationaal klinkende naam maar de insteek is om heel lokaal te werken. Vanwaar dan toch deze naam?

In januari 2020 lag er wel een plan maar was er nog geen naam. Eerst vonden we dat het een Engelse naam moest zijn omdat we ons wilden openstellen voor alle studenten, ook de internationale studenten. Maar omdat we in het sociale domein zitten waarin communicatie en het gebruik van het Nederlands belangrijk zijn, bleek dat toch lastig. In maart 2020, vlak voor de formele oprichting, kozen we uit de opties die er lagen het Engelse ‘United for All’ dat we gewoon leuk vonden klinken en ook best wel de lading dekt van wat we willen.

Hoe staan jullie tegenover samenwerking met andere organisaties in Nijmegen?

Als maatschappelijke organisatie kunnen we niet zonder samenwerking. Maar het is niet altijd even makkelijk, want je hebt met meerdere meningen te maken en er moet meer geregeld worden. Daardoor lijken we soms minder efficiënt te werken maar onder de streep is dat niet het geval. Samenwerking met andere organisaties stelt ons in staat om onze doelgroepen te bereiken, kennis te vergaren en deels ook om onze projecten te financieren. Door samenwerking kunnen we onze doelen halen èn het geeft uiteindelijk ook heel veel voldoening!

Boden samen met penningmeester Gerco Ganzevoort van ‘United for All’ (voorgrond) op de middag van de uitreiking.

Jullie krijgen ook financiële ondersteuning van andere maatschappelijke organisaties

Ja, van de Radboud universiteit en de Europese Unie. Zoals gezegd heeft de universiteit ons al geholpen bij de opstart met o.a. de notariskosten, maar ook project-inhoudelijk doet zij dat. Een aantal projecten zouden zonder die steun niet mogelijk zijn. Verder helpt de Europese Unie ons met subsidie bij het opzetten van de nieuwe website In Need in Nijmegen. Deze beoogt het volgende: mensen in Nijmegen die hulp zoeken, zijn voor informatie nu nog aangewezen op een wildgroei aan websites, vaak alleen in het Nederlands en vaak met ingewikkeld taalgebruik. Via de nieuwe website zullen mensen op een gemakkelijke en overzichtelijke manier inzicht kunnen krijgen in de mogelijkheden voor hulp die er in Nijmegen zijn. Met alle organisaties die hierbij betrokken moeten worden, vormen we een groot samenwerkingsverband. Er is heel veel voorbereidingswerk mee gemoeid dus de nieuwe website zal pas in 2022 in de lucht gaan. Maar we denken tegen die tijd dan ook iets heel goeds te hebben neergezet voor Nijmegen.

We ontmoeten elkaar vandaag rondom het thema ‘compassie’. Wat zijn voor jou belangrijke bronnen van inspiratie om op een compassievolle manier in het leven te staan?

Dat is een moeilijke vraag. Er vallen me op dit vlak niet direct personen in. Natuurlijk zijn er als ik erover nadenk mensen waarvan ik zeg: ‘Wauw, die doet het toch maar even! Zo zou ik ook willen zijn’. Maar ik ben eerder iemand die naar een situatie kijkt. Ik zie dat de samenleving flink aan het verharden is en vind dat geen fijne ontwikkeling. Hoewel alles met golven gaat en dit hopelijk op enig moment ook weer minder wordt, lijken veel mensen boos te zijn op elkaar en klaar met elkaar en hebben ze weinig geduld met elkaar. Dus wat meer positiviteit is hard nodig. Het is nodig dat we wat meer naar elkaar omkijken en elkaar wat meer zien staan. Daar proberen wij met onze organisatie aan bij te dragen. In feite wil iedereen contact, iedereen wil diep in zijn hart een ander helpen of staat zelf open voor hulp. Het gaat er om dat mensen de mogelijkheid krijgen om zich in te zetten voor een ander. Er zijn mogelijkheden genoeg maar soms moeten we de drempel iets lager maken. Dat proberen wij te doen. De voornaamste prikkel is dat je ziet dat het in de maatschappij allemaal best wat zachter en liever kan.

‘United for All’. De naam lijkt uit te drukken dat jullie de wereld zien als een grote familie waarbinnen we voor elkaar moeten zorgen. Zien jullie dat ook zo?

Ja, dat denk ik wel. Ik zeg vaak dat we één familie zijn, samen één groot team, een familie van vrijwilligers en stagiairs – hoewel we elkaar niet iedere dag zien omdat we versnipperd zijn over vele kleine teams. Uiteindelijk zijn we samen deze beweging die we samen hebben opgezet. Ook naar buiten toe geldt: we zijn studenten in deze stad maar met z’n allen – dus samen met alle inwoners – zijn we Nijmegen. We moeten het samen gaan doen! We steunen elkaar en wij jongeren worden ondersteund door ouders of door de onderwijsinstellingen. Het is nu ons moment om naar buiten te kijken: wie kunnen wij op onze beurt ondersteunen? Stap voor stap de sociale cohesie vergroten, mensen met elkaar in contact brengen, ervoor zorgen dat mensen weet hebben van elkaar en elkaars situatie kennen: daar kunnen mooie dingen uit ontstaan!

Hoe was het om de Aanmoedigingsprijs te ontvangen van Nijmegen Stad van Compassie?

Ten eerste was het een grote verrassing! Een kleine week van te voren werd ons verteld dat we die prijs hadden gewonnen, iets dat we niet hadden zien aankomen. Natuurlijk doen we ons best maar dat ons werk dan ook opvalt, daarvan waren we niet op de hoogte. De twee andere bestuursleden en ik hadden ons op de middag van de uitreiking lekker relaxed achter in de zaal genesteld maar we werden al snel naar voren geroepen. Ik ken de burgemeester van TV en nu zit ik plotseling naast hem op een podium en wordt er gesproken over alles wat wij met onze stichting hebben gedaan. En dat wéét hij dan ook! Zelf vind ik het niet zo nodig om in de spotlights te staan en een logo van onze stichting was ook goed geweest. Maar die erkenning is heel bemoedigend en het was heel leuk en een grote eer om de prijs te ontvangen.

Stagiairs van het ROC en de HAN die deelnemen aan het buddy project van ‘United for All’

Tenslotte: welke boodschap of welke levensles zou jij de lezers van dit interview willen meegeven?

Je kan heel lang nadenken over hoe je iemand kunt helpen maar ga maar gewoon iets doen, ook al is het iets kleins. Ga met iemand in gesprek die je normaal niet spreekt of doe iets anders dat ‘out of the box’ is. Zo kom je er sneller achter wat er leeft in de maatschappij en wat je kunt bijdragen. Het hoeft maar iets kleins te zijn. Als iedereen dat kleine beetje doet dan krijgen we hopelijk stap voor stap een wat minder verharde samenleving. Dan kijken we wat meer naar elkaar om en wordt het allemaal socialer en leuker. Het zit hem in de kleine dingetjes: een keer ‘hallo’ zeggen of met iemand een kop koffie drinken. Dat is al een heel mooie bijdrage die al veel positieve energie kan opleveren.

Tekst: Bert Janssen

Nijmegen Stad van Compassie op Facebook